In regio Rijnmond geldt Social Return vaak al vanaf een opdrachtwaarde van EUR 50.000, lager dan de landelijke drempel. Registratie en verantwoording lopen doorgaans via het Coordinatiepunt Social Return van WSP Rijnmond, met monitoring in WIZZR. De standaardeis is meestal 5 procent, al verschilt dit per gemeente en opdracht.
Laatst bijgewerkt: juni 2026
In regio Rijnmond geldt Social Return vaak al vanaf een opdrachtwaarde van EUR 50.000, lager dan de landelijke drempel. Rotterdam en de omliggende gemeenten hebben de eis stevig in hun inkoopbeleid verankerd en werken samen via een regionaal coordinatiepunt en een eigen monitoringsysteem. Wie inschrijft op een opdracht van een gemeente, een gemeenschappelijke regeling of een aan de regio verbonden organisatie, krijgt daardoor te maken met regels die op punten afwijken van de landelijke praktijk.
De opdrachtgever legt de eis vast in de aanbestedingsleidraad. Daar staan doorgaans het percentage, de drempel en de manier van verantwoorden. Omdat de gemeenten in de regio hun beleid op elkaar afstemmen maar elk hun eigen besluiten nemen, kan de invulling per gemeente verschillen. Controleer daarom altijd de actuele leidraad van de opdrachtgever waarbij je inschrijft.
Waar de landelijke drempel klassiek bij EUR 250.000 en een looptijd boven zes maanden ligt, geldt Social Return in Rijnmond doorgaans al vanaf een opdrachtwaarde van EUR 50.000. Daardoor raakt de eis ook kleinere opdrachten en mkb-inschrijvers die er bij een rijksaanbesteding buiten zouden vallen. Het exacte bedrag en de looptijdgrens verschillen per gemeente en per type opdracht, dus ga niet uit van een vast getal maar lees de leidraad van de betrokken opdrachtgever.
De inzet die je voor Social Return levert, registreer je in regio Rijnmond doorgaans in WIZZR, het monitoringsysteem dat het Coordinatiepunt Social Return van WSP Rijnmond gebruikt. WIZZR is een regionaal systeem en geen landelijke standaard, dus opdrachtgevers buiten de regio werken vaak met een ander platform of met losse rapportages.
In WIZZR leg je per opdracht vast welke mensen of welke inkoop je inzet, welke inspanningswaarde dat oplevert en welke bewijsstukken daarbij horen. Het systeem maakt de voortgang zichtbaar voor jou en voor de opdrachtgever, zodat bij de eindverantwoording duidelijk is of de eis is gehaald. Hoe de invoer precies verloopt, welke velden verplicht zijn en wie toegang krijgt, verschilt per traject. Stem dat bij de start af met het Coordinatiepunt en controleer de leidraad van de opdrachtgever, want werkwijzen en systeemfuncties worden periodiek aangepast.
Begin de registratie zodra de uitvoering start. Inzet die je pas achteraf invoert, is lastiger te onderbouwen, en ontbrekende bewijsstukken kunnen ertoe leiden dat een deel van je inspanning bij de eindtelling vervalt.
Het uitgangspunt in de regio is meestal 5 procent van de opdrachtsom, maar dat is geen wettelijk vast percentage. De Rotterdamse rekenkamer heeft erop gewezen dat een platte 5 procent voor elke opdracht te grof kan uitpakken, omdat opdrachten sterk verschillen in looncomponent. Bij een opdracht die vooral uit materiaal of inkoop bestaat, is een volledige 5 procent vaak niet proportioneel.
In de praktijk vertalen opdrachtgevers de eis daarom naar maatwerk. Soms is er ruimte om in overleg een passende invulling af te spreken, bijvoorbeeld wanneer de opdracht weinig eigen personeel vraagt. Het Coordinatiepunt denkt vaak mee over haalbare routes, van mensen uit de doelgroep op de opdracht zetten tot inkoop bij een sociale onderneming. Welke routes meetellen en hoe ze worden gewaardeerd, staat in de leidraad en in de regionale rekenmethode, die periodiek wordt geindexeerd.
Stel, een installatiebedrijf wint een onderhoudsopdracht van een gemeente in de regio met een waarde van EUR 200.000 en een Social Return-eis van 5 procent. De in te vullen waarde is dan EUR 10.000 aan inspanning. Het bedrijf heeft geen ruimte om iemand fulltime in dienst te nemen, maar biedt wel een begeleide leerwerkplek aan een kandidaat met een uitkering en koopt daarnaast een deel van de bedrijfskleding in bij een sociale onderneming. Beide routes registreert het in WIZZR, met een plaatsingsovereenkomst en inkoopfacturen als bewijs.
Bij de tussentijdse evaluatie blijkt de leerwerkplek minder uren op te leveren dan begroot. Omdat het bedrijf de voortgang doorlopend had bijgehouden, is er nog tijd om de inkoop bij de sociale onderneming op te hogen en zo het tekort op te vangen. Dit voorbeeld is illustratief. De werkelijke inspanningswaarden en de acceptatie van routes volgen uit de geldende leidraad en de regionale rekenmethode.
Een onafhankelijk adviseur die de regio kent, voorkomt verrassingen bij de verantwoording. Bekijk onze aanpak voor Social Return en SROI.
Drempels, percentages en het gebruik van WIZZR zijn Rijnmond-specifiek en kunnen per gemeente verschillen. Controleer de actuele leidraad van de opdrachtgever. Stand juni 2026.
IMPCT vertaalt de eis naar een plan dat je aantoonbaar haalt, zonder verrassingen bij de eindafrekening.
Plan een kennismaking