Je vult Social Return doorgaans in door mensen met afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten op de opdracht. Dat kan via dienstverbanden, leerwerkplekken, BBL- of BOL-trajecten, scholing, inkoop bij sociale ondernemingen, een PSO-certificaat als deelinvulling of maatwerk. Wat precies meetelt en welke bewijslast geldt, verschilt per gemeente.
Laatst bijgewerkt: juni 2026
Je vult een Social Return-eis doorgaans in door mensen met afstand tot de arbeidsmarkt op de opdracht in te zetten, en daarvoor bestaan zeven gangbare routes. Welke route het zwaarst telt en welke bewijslast geldt, verschilt per gemeente en leidraad. In de praktijk combineer je vaak meerdere routes tot je het vereiste bedrag of de vereiste inspanningswaarde haalt. Hieronder werken we elke route uit: wat de route inhoudt en welke verantwoording je moet aanleveren.
De zwaarstwegende route is een echt dienstverband voor iemand met een uitkering of een aantoonbare afstand tot de arbeidsmarkt. Het gaat doorgaans om nieuwe instroom die door de opdracht ontstaat. Bestaand personeel opvoeren mag meestal niet, tenzij het om aantoonbaar baanbehoud onder voorwaarden gaat. Hoe groter de afstand tot werk, hoe hoger de inspanningswaarde die de inzet vertegenwoordigt.
Bewijslast en verantwoording: de arbeidsovereenkomst, een doelgroepverklaring of uitkeringsgegevens die de status bevestigen, en loonstroken die de daadwerkelijke inzet aantonen. Veel gemeenten vragen daarnaast een verklaring van het UWV of de sociale dienst.
Een leerwerkplek is een begeleide werkplek waar iemand uit de doelgroep werkervaring opdoet, vaak met jobcoaching erbij. De route past als een volledig dienstverband nog te ver weg is, terwijl de kandidaat wel ritme en vaardigheden moet opbouwen. De inzet telt als inspanning, meestal naar rato van de uren en de begeleidingsduur.
Bewijslast en verantwoording: een plaatsings- of detacheringsovereenkomst, een aanwezigheidsregistratie en doorgaans een begeleidingsplan dat laat zien hoe de werkplek de kandidaat verder helpt.
Leerlingen in een mbo-traject op de laagste niveaus tellen doorgaans mee, omdat zij een kwetsbare arbeidsmarktpositie hebben. Bij een BBL-traject werkt de leerling en leert daarnaast, bij een BOL-traject loopt de leerling stage vanuit de opleiding. Om dit aan te bieden moet je een erkend leerbedrijf zijn.
Bewijslast en verantwoording: de onderwijsovereenkomst en de praktijkovereenkomst, plus de erkenning als leerbedrijf. Het niveau en de duur bepalen mee hoeveel de inzet waard is.
Investeren in scholing van mensen uit de doelgroep kan meetellen, bijvoorbeeld een vakgerichte cursus of een taaltraject dat de kandidaat dichter bij duurzaam werk brengt. Deze route is vaak gemaximeerd tot een vast bedrag per kandidaat, zodat scholing de andere routes aanvult in plaats van vervangt.
Bewijslast en verantwoording: de factuur van de opleider, het behaalde certificaat of diploma, en bewijs dat de deelnemer tot de doelgroep behoort.
Diensten of producten afnemen bij een sociale onderneming of een SW-bedrijf telt in veel leidraden mee, omdat je via je inkoop sociaal werkgeverschap ondersteunt. Soms telt de volledige factuurwaarde, soms alleen het loondeel dat aan de doelgroep is besteed. Het verschil is groot, dus controleer dit per leidraad.
Bewijslast en verantwoording: de inkoopfactuur, bewijs van de sociale status van de leverancier zoals een PSO-erkenning of SW-status, en bij voorkeur een specificatie van het sociale aandeel in de levering.
De Prestatieladder Socialer Ondernemen erkent hoe sociaal je als organisatie onderneemt. In een deel van de gemeenten telt een PSO-erkenning als gedeeltelijke invulling van de eis, omdat je dan al structureel mensen uit de doelgroep in dienst hebt. Dit is geen garantie en zelden een volledige invulling, dus reken je niet rijk.
Bewijslast en verantwoording: een geldig PSO-certificaat met de behaalde trede, plus de specifieke voorwaarden die de leidraad aan die deelinvulling verbindt.
Past geen van de routes hierboven bij de opdracht, dan kun je maatwerk voorstellen. Denk aan een wijkproject, een taalstage, een gastles op een school of een maatschappelijke activiteit die aansluit bij het werk. Deze route biedt ruimte, maar vraagt om afstemming vooraf zodat de inzet ook echt meetelt.
Bewijslast en verantwoording: een akkoord van de aanbestedende dienst voordat je begint, een projectplan en een registratie van de geleverde inzet.
De meeste opdrachtnemers halen de eis door routes te stapelen. Je kunt bijvoorbeeld een dienstverband, een leerwerkplek en inkoop bij een sociale onderneming bij elkaar optellen tot je het vereiste bedrag of de vereiste inspanningswaarde bereikt. Begin met wat al in je organisatie loopt, zoals een erkenning als leerbedrijf of een vaste sociale leverancier, en vul aan met nieuwe inzet die de opdracht mogelijk maakt. Stem de combinatie vooraf af met het coordinatiepunt of de contractmanager, want zij beoordelen de totale onderbouwing en kunnen vooraf aangeven of een route in jouw geval meetelt.
Een schoonmaakbedrijf wint een meerjarige opdracht met een Social Return-eis van 5 procent. Een volledig dienstverband voor de hele waarde is niet haalbaar, dus combineert het bedrijf drie routes. Het neemt een medewerker met een uitkering in dienst voor de objecten in de opdracht, biedt daarnaast een leerwerkplek aan een BBL-leerling op niveau 2, en koopt de schoonmaakmiddelen in bij een SW-bedrijf met een PSO-erkenning. Vanaf de eerste werkdag legt het bedrijf de inzet vast, inclusief de doelgroepverklaring van de medewerker en de praktijkovereenkomst van de leerling. Of deze mix precies tot 5 procent optelt, hangt af van de bouwblokwaarden in de geldende leidraad, dus stemt het bedrijf de waardering vooraf af met het coordinatiepunt. Zo weet het ruim voor de eindverantwoording of de invulling volstaat of dat er nog een route bij moet.
Invulling telt pas als je het kunt aantonen. In regio Rijnmond registreer je de inzet doorgaans in WIZZR, het monitoringsysteem. Voor de doelgroep is meestal een doelgroepverklaring nodig. Welke groepen meetellen verschilt per gemeente, en de doelgroepdefinities zijn per januari 2026 op punten verruimd, onder meer rond loondispensatie en Wajong. Verifieer dit in de geldende leidraad. Hulp nodig bij de onderbouwing? Bekijk onze aanpak voor Social Return.
Welke routes en doelgroepen meetellen en welke bewijslast geldt, verschilt per gemeente en leidraad en wordt periodiek aangepast. Controleer de actuele voorwaarden. Stand juni 2026.
IMPCT vertaalt de eis naar een plan dat je aantoonbaar haalt, zonder verrassingen bij de eindafrekening.
Plan een kennismaking