Klopt deels: door de Omnibus-voorstellen wordt CSRD vanaf boekjaar 2027 naar verwachting alleen verplicht bij meer dan 1.000 medewerkers en meer dan 450 miljoen euro omzet. Daarmee valt circa 80 procent van het MKB buiten de verplichte scope. Toch loont MVO, omdat ketenpartners, financiers en aanbesteders er wel om vragen. Stand juni 2026, verifieer bij RVO of SER.
Laatst bijgewerkt: juni 2026
Kort antwoord: ook zonder verplichting loont het om als MKB met MVO en ESG aan de slag te gaan. De Omnibus-voorstellen van de Europese Commissie versmallen de verplichte CSRD-rapportage tot doorgaans de echt grote ondernemingen, waardoor het overgrote deel van het MKB er buiten valt. De druk verdwijnt daarmee niet, hij verschuift van de wetgever naar de markt: klanten, financiers, talent en opdrachtgevers vragen er om. De exacte drempels en data verschuiven nog in de EU-besluitvorming, dus controleer de actuele regeling.
De Omnibus is een pakket waarmee de Europese Commissie de rapportagelast wil verlichten. De kern voor het MKB is dat de verplichte CSRD-rapportage wordt teruggebracht tot doorgaans de grote ondernemingen, en dat de invoering voor kleinere bedrijven wordt uitgesteld of geschrapt. De precieze grenzen, op basis van personeelsomvang, omzet en balanstotaal, en de ingangsdata zijn op het moment van schrijven nog onderwerp van besluitvorming. Hang je beleid daarom niet op aan een specifiek getal dat over een paar maanden anders kan zijn.
Belangrijk om te zien: ook als je zelf buiten de plicht valt, kun je er indirect mee te maken krijgen. Een rapportageplichtige klant heeft data over zijn keten nodig, en die keten ben jij. Zo werkt een verplichting voor een handvol grote bedrijven door naar duizenden leveranciers die formeel nergens toe verplicht zijn.
Verplichting weg betekent niet dat de aandacht weg is. De aanleiding verschuift van een wet naar de mensen waarmee je zakendoet. Vier krachten maken dat concreet.
Grote afnemers die onder CSRD vallen, moeten hun keteneffecten onderbouwen, ook de sociale. Dat lukt alleen met gegevens van hun leveranciers. Steeds vaker staat in inkoopvoorwaarden, leveranciersvragenlijsten of een gedragscode dat je je CO2-voetafdruk, je arbeidsomstandigheden en je beleid moet kunnen aantonen. Kun je dat niet, dan loop je het risico af te vallen bij een herziening van het leveranciersbestand. Wie het wel op orde heeft, maakt het de klant makkelijk en versterkt de relatie.
Banken en investeerders wegen ESG-prestaties mee in hun beoordeling, deels omdat zij er zelf op worden afgerekend. Een onderbouwd duurzaamheidsprofiel kan de toegang tot financiering en soms de voorwaarden beinvloeden. Ook bij subsidieregelingen en groene financieringsproducten is een aantoonbaar beleid vaak een voorwaarde of een pluspunt. Zonder cijfers blijft het bij goede bedoelingen, en daar financiert niemand op.
Werkzoekenden kijken naar waar een bedrijf voor staat, en zeker jongere generaties wegen dat mee. Een geloofwaardig verhaal over impact helpt bij werving en, minstens zo belangrijk, bij behoud. Medewerkers die zien dat hun werkgever het meent, zijn betrokkener. Een leeg verhaal dat niet strookt met de praktijk werkt averechts.
Publieke opdrachtgevers wegen maatschappelijke criteria en social return mee bij gunning. De Gemeente Rotterdam stelt bijvoorbeeld eisen aan social return bij haar opdrachten. Wie aantoonbaar invulling geeft aan die thema's, scoort beter op de gunningscriteria. Voor bedrijven die regelmatig op publieke opdrachten inschrijven, hangt de omzet er direct mee samen.
De regelgeving beweegt richting meer transparantie. Wat vandaag vrijwillig is, kan over een paar jaar via de keten of een nieuwe regeling alsnog gevraagd worden. Wie nu rustig begint, bouwt een fundament op en hoeft straks niet in korte tijd alles tegelijk te regelen. Bovendien dwingt het meten van je impact je om je eigen processen scherper te bekijken, wat vaak ook gewoon kosten bespaart.
De valkuil is om te wachten op zekerheid over de regels of om meteen een zwaar rapportagesysteem op te tuigen. Begin kleiner en bouw vanuit je kernactiviteit:
Voor de uitwerking, zie ons stappenplan om een MVO-beleid op te stellen.
Stel: een installatiebedrijf met enkele tientallen medewerkers valt zelf buiten de CSRD-plicht. Twee van zijn grootste opdrachtgevers, een woningcorporatie en een bouwconcern, vallen er wel onder. Bij de jaarlijkse leveranciersbeoordeling vragen beide opeens om de CO2-uitstoot per project en om beleid op veilig en eerlijk werk. Het bedrijf dat dit op orde heeft, blijft op de lijst en wint zelfs een groter contract, omdat het de corporatie helpt haar eigen rapportage te vullen. Het bedrijf dat alleen kan zeggen dat het zijn best doet, valt af bij de volgende ronde. Datzelfde profiel telt later mee in een gemeentelijke aanbesteding en bij de herfinanciering van het wagenpark. Geen van die effecten kwam voort uit een wettelijke plicht. Dit is een illustratief scenario, geen klantcasus, maar het patroon zien we breed terug.
Behoor je tot de grote ondernemingen die wel onder de plicht vallen, dan is rapporteren geen keuze. Lees dan verder op onze pagina over CSRD-rapportage.
Voor iedereen daarbuiten is de boodschap simpel: maak van vrijwilligheid een voorsprong. Als MVO-adviesbureau uit Rotterdam helpen we het MKB om MVO in te zetten als strategie, met impact die je in euro's kunt laten zien.
De CSRD- en Omnibus-drempels, de fasering en de ingangsdata verschuiven nog in de EU-besluitvorming. Controleer de actuele regeling bij RVO, SER of de EU. Stand juni 2026.
IMPCT helpt je MVO-beleid richting en bewijs te geven, met impact die je in euro's kunt laten zien.
Plan een kennismaking